Fiets

“Route Barré” staat met zwarte koeienletters op een enorm signaalgeel verkeersbord. ‘Dat zal wel weer’ mompelt Mees tegen niemand in het bijzonder, want ze is alleen. Mees is al tien dagen lang alleen onderweg op haar fiets. Sinds een paar dagen is ze gaan praten. Tegen haar overleden vader, met haar levenloos geboren broertje en met verschillende onstoffelijke verschijningen zoals godinnen en opgestegen meesters. Mees houdt ervan zich te laten leiden door haar intuïtie en door tekenen van de natuur, al laten die laatsten zich niet altijd goed duiden.

Bij de vorige route barree waren er drie buizerds in de lucht. Volgens Mees een onontkoombaar teken dat het mee zou vallen met de wegwerkzaamheden. Dat bord gold natuurlijk voor auto’s, niet voor fietsen. Onder toeziend oog van de hoge buizerds begon ze aan het hek te sjorren. Na enig gepast geweld kon het hek opzij en de fiets erdoor. Fieuww, deden de buizerds. Na het hek achter zich gesloten te hebben vervolgde Mees haar weg. Een kilometer of acht, vrijwel één lange, heerlijke afdaling. En toen hield de weg ineens op. Hij eindigde in een enorme berg grind met daarachter alleen nog moerassige drassigheid. Bij nader inzien hadden de buizerds gewaarschuwd en niet aangemoedigd. ‘Onthouden, dit’ zei Mees tegen zichzelf. En keerde om voor een acht kilometer lange klim. De buizerds waren weg.

En nu dus weer zo’n bord. Route barré. Geen buizerd te zien! Is dat een teken? Kun je iets afleiden uit de afwezigheid van iets? Mees loopt een stuk de weg af achter het bord. Ook om de hoek lijkt de weg gewoon onbeschadigd verder te gaan. Maar zestien kilometer om is ver op een fiets. Mees besluit haar hoger zelf te raadplegen. Of haar beschermengel. Nou ja, iets. Met behulp van de zonnestand en het kompas op haar stuur bepaalt ze waar het noorden is. Dan zoekt ze een vlakke plaats en verdeelt haar gewicht gelijkmatig over haar voeten. Het gezicht en de tenen naar het noorden gekeerd. Nu de testvraag:’Ben ik een vrouw?’ prevelt Mees.Onmiddellijk voelt ze zich naar voren hellen, het gewicht op de tenen. Een overtuigend ‘Ja!’ betekent dat.’Ben ik een man?’ Wap, ze zwenkt naar achteren. Moet zelfs een stap zetten om niet te vallen. Mooi, dit werkt. ‘Kan ik hier verder fietsen?’vraagt Mees. Haar lichaam helt een beetje naar achteren. Dat is niet overtuigend genoeg. ‘Dat komt omdat ik dat denk!’ zegt Mees tegen haar onzichtbare helpers. Willen jullie me het juiste antwoord geven, ongeacht wat ik denk? Weer de vraag, en nu gebeurt er niets. Mees schudt haar lijf en kijkt nog een keer op de kaart. De weg ligt helemaal onderaan en loopt zelfs hier en daar van de kaart af. Onmogelijk om te zien hoe ver de omleiding om zal zijn.’Kan ik hier doorfietsen?’vraagt Mees nog een keer. Nu helt haar lichaam naar voren. ‘Mooi zo’zegt Mees. Ze trekt het bord opzij en duwt haar fiets erlangs. Na een paar kilometer treft ze inderdaad een stukje ongeasfalteerde straat aan. Her en der ligt achtergelaten stratenmakersgereedschap: een drilboor, een vuistje en houtjes met touwtjes eraan. Mees tilt voorzichtig haar fiets over de touwtjes. Dan pas ziet ze de keet met de open deur. Zes mannen zitten daarbinnen, ieder met een homp brood in de knuist. Een paar van hen steekt een hand op ter begroeting. ‘A tout suite!’ zegt er een. Tot zo meteen. Mees lacht naar de mannen in de keet. ‘Mais non! Je continue!’zegt ze. De mannen halen hun schouders op.

Haha! Dat was het al. Mees maakt er spontaan een liedje over. Dat goede dingen altijd gemakkelijk gaan, zingt ze. En dan is er nog een gat in de straat. Een diep gat dit keer, met helemaal op de bodem uitstekende slangen en buizen en pas gestort beton. Niemand in de buurt. Het gat is minstens twee meter diep en aan de kant van Mees met een loodrechte wand. Wel is er aan de zijkant een heel smal richeltje waarover gelopen is. ‘Dat is te smal voor mij en mijn fiets’ zegt Mees. En probeert het vervolgens toch. Het gaat tot halverwege goed, dan glijdt het achterwiel weg en is de fiets niet meer te houden. Hij dondert et bagage en al naar beneden en omdat Mees niet los wil laten valt ze erbovenop. Net naast het pas gestorte beton. Even blijft Mees op de fiets liggen om na te denken over wat deze faut-passe haar te zeggen heeft. Fieuw, hort ze ten antwoord. Hoog in de lucht cirkelt een buizerd, termiekend op de warme lucht.

Share and Enjoy:
  • StumbleUpon
  • Facebook
  • Twitter
  • Google Bookmarks
  • RSS

Leave a Reply