Monthly Archives: January 2015

Auditie

Ow, gruwel, audities! Op mijn 14de viel ik vanzelf met mijn neus in de boter. Ik werd notabene gevráágd om een hoofdrol te spelen in een televisieserie van de -toen nog bestaande- IKON. De IKON stond garant voor degelijke,  educatieve, en dus oersaaie programma’s, maar ik werd desondanks daags na de uitzendingen op straat herkend. Bij mij groeide derhalve abusievelijk het idee dat er een groot actrice in mij huisde, en ik toog dan ook naar de theaterschool. Die heb ik daadwerkelijk doorlopen. Echter, eenmaal onderweg naar een roemrijke carrière met Nipkovschijven en interessante feestjes, bleek ik niet bestand tegen de onechtheid van het wereldje. “Hee, hallo zeg, wat énig om jou hier te zien! Wat zie je er goed uit!! Hoe heet je ook alweer?” Smak, smak, twee zoenen in de lucht.

Zo’n ontmoeting is voor mij voldoende om volledig dicht te klappen. Met stomheid geslagen. Geen idee wat ik terug zou kunnen zeggen. En het kan nog erger : om aan werk te komen doet een acteur audities. Dat zijn een soort vleeskeuringen waarbij je op van alles beoordeeld kunt worden, terwijl je van te voren niet weet op wát. Als je keihard gewerkt hebt om een ingewikkelde monoloog uit Hamlet voor te bereiden, in het Engels, nachten studie kostte dat, dan word je afgewezen om je haarkleur. Na een heleboel zanglessen kon ik vrij aardig een hartverscheurend nummer uit Hair ten gehore brengen. Toch viel de keuze  niet op mij, om de eenvoudige reden dat het kostuum voor de rol mij twee maten te groot was. Mijn collega’s doen moeiteloos 4 audities in de week, je moet het je niet persoonlijk aantrekken, zo zeggen zij. Ikzelf ben echter geneigd om na iedere afwijzing een week of drie met mijn hoofd onder een kussen te gaan liggen, onderwijl concrete zelfmoordplannen overwegend. Ik ben dus niet geschikt voor het vak, al heb ik altijd intens genoten van de momenten dat ik wel meedeed. Misschien is het onverenigbaar: houden van acteren en tegelijkertijd verlangen dat we transparant onszelf zijn. Maar ik benijd dus niemand die auditie moet doen.

Nu is ons koor op zoek naar een nieuwe dirigent. De procedure is zowel eenvoudig als zenuwslopend, voor de betrokkenen. 4 Weken lang krijgt er steeds een nieuwe musicus de kans om indruk op ons, het koor,  te maken. Veilig aan de andere kant vind ik dat reuze amusant om mee te maken. Koren zijn qua sociale samenstelling overal hetzelfde. Het repertoire kan verschillen, de grootte, het niveau, maar de samenstelling niet. In ieder koor in Nederland zitten een heleboel dames in of na de menopauze en een te klein aantal bedremmelde heren. De laatsten worden ruimhartig gepamperd door de dames, een koor zonder bassen en tenoren is immers een armzalig koor. Niet elke vent vindt dat fijn en zo is het sappelen om ze te houden. Het spreekt min of meer vanzelf dat de nieuwe dirigent een man zal zijn. Ski- en tennisleraren en dirigenten zijn mannen, anders werkt het niet. Een licht erotisch geladen sfeer hoort erbij, anders leer je niks. De eerste auditant heb ik gemist, maar door de reacties van de dames weet ik al dat de rest geen schijn van kans heeft. 23,was hij, hij had krullen en nog veel meer kwaliteiten waar een dirigent niet perse over hoeft te beschikken. Zelf was ik gecharmeerd van nummer 3. Die had welliswaar ook mooie schoenen, maar hij liet daarnaast het koor zo mooi harmoniëren dat ik er een beetje van moest huilen. Ik weet niet of hij iets gaat hebben aan mijn voorkeur, dat hangt ervan af. Waarvan af? Of de criteria bij audities inmiddels zijn verschoven naar iemand beoordelen op waar we hem voor vroegen.

Fiebek

Je zou door de huidige berichtgeving in de media bijna gaan denken dat ze het allemaal kwaad bedoelen, maar op deze school is dat echt niet zo. De respons op de aangereikte lesstof is abominabel, dat is waar. Herhaaldelijk aangeboden al : hygiëne, gezonde voeding, omgaan met cultuurverschillen en de onvermijdelijke communicatietechnieken. Bij navraag blijkt dat de leerlingen vooralsnog niets van het gebodene kunnen reproduceren, maar aan hun intentie ligt dat niet.

De klas bestaat uit een dozijn mensen uit 3 verschillende werelddelen, de meesten uit oorlogsgebieden. De hemel weet hoe ze hier terecht gekomen zijn. Aansluitend hebben ze voor een schandelijk lange tijd in een asielzoekerscentrum doorgebracht waar ze niets mochten, alleen ambtenaren te woord staan met een tolk. Ze zijn door de onnavolgbare sluizen van onze procedures gestuwd totdat ze, na het laatste formulier, onze maatschappij zijn ingespuugd. Helemaal legaal, dus nu moet er van alles. Inburgeren, een vak leren door studie en stage. Dit alles pakken ze aan met de sprankelende energie van “ik heb weer een kans” Met grote tegenwoordigheid van geest doen ze de was, lappen ramen en serveren koffie zoals dat hoort bij ons ± met een kaakje en precies om half 11.

In de klas is het een ander verhaal. Er zijn 3 juffen, een boek, een map en een e-learningprogramma. Ze moeten ook blokken voor hun examen, want zo doen wij dat hier. Wat leren wij die mensen dan? Wel, bijvoorbeeld de regels die gelden bij het geven en ontvangen van feedback. Ken jij één Nederlander die die regels spontaan toepast? Ik niet, en ik zou het herkennen want ik geef er al 20 jaar les in.

Als Nederlanders feedback krijgen schieten ze meteen in de verdediging. “Meneer, er zit een klodder mayonaise op uw boord”zei ik behulpzaam. “Kijk naar je eige!”repliceerde hij. “Ik kan de weg niet vinden in deze winkel””Oh, maar andere mensen kunnen dat wel dusss..””Mevrouw, deze koffie is koud.””Dat heb ik niet gedaan, die heeft mijn collega gemaakt!” Ook bij complimenten trouwens. Naar een vriendin:”Wat zit je haar leuk!””Ik moet anders hoognodig naar de kapper!” Het geven van feedback gaat ons zo mogelijk nog slechter af. Zelfs mensen die dat uit hoofde van hun beroep zouden moeten beheersen maken er een potje van. Onduidelijk zijn, intimideren en zelfs ronduit dreigen is schering en inslag. De conducteur in de trein kijkt langdurig vorsend over de rand van zijn bril. De reiziger mag zelf raden wat hij fout heeft gedaan en daarna wat de mogelijke straf zou kunnen zijn. De examinator vraagt bij voorkeur eerst : wat vind u er zelf van?

Gelukkig is er straks, dankzij de school, een hele klas voormalige asielzoekers die ons het goede voorbeeld kunnen geven. Al staart Asli vandaag nog met grote ogen naar het scherm. “Beschrijf het gedrag dat u heeft waargenomen” staat daar. Ze laat er een Somalisch vertaalprogramma op los, maar dat maakt de zin niet veel duidelijker.

Ik gooi het over een andere boeg en laat de leerlingen concrete complimenten voor elkaar opschrijven op ‘geeltjes.’ Een geeltje is een geel briefje met een plakrand. Ze mogen de complimenten op elkaars rug plakken. Het ruggetje van Aïsha is met 5 briefjes al vol, iemand plakt de zesde op haar hoofddoek, bovenop. Na de plaksessie mogen we in 2-tallen de briefjes van elkaars rug halen en lezen. “We worden er blij van” verklaart Diallo. “En zelfverzekerd!”zegt een ander. De les is afgelopen en de andere juf komt me aflossen. Ze groet de groep.” Dag Asli, hallo Aïsha, jij hebt daar iets.” De juf wijst naar het hoofd van Aïsha. Die kijkt haar recht aan en zegt:”Nou en?” Het lukt beter dan de bedoeling was.

Winterspelen

Het begon afgelopen zaterdag op de tennisbaan. Mijn debuut was het, ik had nog nooit op het gravel gestaan met een net en lijnen en regels en alles. Er was meteen maar een toernooi dat après-ski heette, terwijl er van sneeuw of latten geen sprake was.

We speelden dubbel en de mij toegewezen partners gingen zuchten nu bleek dat ze met mij moesten. Daar ging de kans op winst en punten! De winnaar zou naar huis gaan met een weinig begerenswaardige muts van acryl met rendieren erop. Toch waren de meeste deelnemers bereid om tot het uiterste te gaan om hem te bemachtigen. Zelf had ik het druk met begrijpen waar ik mij moest ophouden op het veld. Elke keer als ik mijns inziens een strategisch fijne plek had gevonden moest ik weer ergens anders heen. Ja, soms zelfs naar de overkant van het net. Mijn handen had ik eraan vol en dan moest ik ook nog een racket vasthouden.

Mijn medespeler met de meeste ambitie om te winnen parkeerde mij in een onaanspeelbare hoek, ergens links en vlak bij het net, waar de bal normaal gesproken nooit komt. Na het eerste half uur had ik het meest pijn aan mijn nek omdat ik toch wel graag naar de bal  wilde kijken. Toen kwam de wind mij tegemoet. De storm. Ineens sloegen de tennisballen, aanvankelijk op weg naar mijn dubbelpartner, de puntenjager, midden in de lucht de hoek om, richting mij. Het gebeurt wel vaker dat mensen in hun onnozelheid precies het goede doen. Ik tikte het aansuizende projectiel van bovenaf vriendelijk op zijn bolletje. BAM!! 15 punten tegelijk! Het gaat hard hoor, bij tennis. Toegegeven, ik kon er betrekkelijk weinig aan doen, maar voelde tóch even de neiging om mijn shirt zo half over mijn hoofd te trekken. Gelukkig deed ik dat niet. Dat hoort bij een andere sport.

Niemand die met mij had gespeeld kreeg de muts. Wel kregen we allemaal bier en bitterballen, ook iets wat ik niet per se met skiën associeer, maar ook dat heb ik nog nooit gedaan.

Skiën! Dat kan ik vast erg goed! Er valt niets bij uit de lucht, je weet waar je heen moet (naar beneden namelijk) en er is geen net bij. Bovendien heb je al een muts op nog voor je eraan begint! Daar kun je mee aankomen bij de après-ski. Kan God het dan nu, na al dat waaien, eens een poosje laten sneeuwen? En mij een muts bezorgen? Of moet ik die eerst zelf winnen bij het après-ski toernooi?

Gelijk of vrede

Als je ergens echt iets mee moet in het leven, dan blijven de lessen je achtervolgen tot je ze geleerd hebt. Dit fenomeen neem je het gemakkelijkst waar bij anderen. Het is die vriendin die met jouw steun na een uiterst pijnlijk proces eindelijk van die foute man af was. En nu, twee maanden later, stelt ze haar nieuwe vlam aan je voor en waratje! Precies zo’n type weer. Wat doe je? Haal je vast wijn en zakdoeken in huis? Of wijs je haar de deur? Het is je broer die alweer op het punt staat zich vol enthousiasme in een dubieus financieel avontuur te storten terwijl hij de schulden die het vorige met zich meebracht nog niet helemaal te boven is. Ben je blij voor hem? Of ga je de zuurpruim uithangen? Deze mensen weerspiegelen waarschijnlijk blinde vlekken bij onszelf. Onze reactie, toeschietelijk of afwijzend, maakt bijzonder weinig uit. De les blijft terugkeren totdat de betrokkene hem geleerd heeft.

Terwijl ik dit schrijf staat de wereld in brand. We struikelen over onze woorden in een poging om de collectieve verontwaardiging te verbaliseren. Drie nietsontziende types richtten een bloedbad aan ten kantore van ‘les enfants terrible’ van een krantje met opruiende cartoons in Parijs. We zijn het er allemaal over eens : zij zijn fout en wij zijn goed. Alleen denken de daders en hun sympathisanten daar natuurlijk anders over. Begrijp me goed, ik voel bij mij van binnen een diepe afkeer van het met geweld kracht bij zetten van je gelijk, of ik dat gelijk nou kan begrijpen of niet. Maar er zijn bij mij ook wat andere vragen gerezen : Zijn er ook andere platforms voor de pijn van deze mensen? Kunnen ze ergens op een democratische of waardige manier terecht met hun grieven? Hoe is het om elke dag, jarenlang, bedekt of openlijk beledigd te worden?

Ook ik voel me onprettig bij mensen die met stelligheid hun waarden aan mij proberen op te dringen. Maar hoe zit het dan met mij? Doe ik niet hetzelfde? Mijn waarden zijn ook vanzelfsprekend voor mij. Ik ga niet de straat op om tegenstanders van zwarte piet oneigenlijk te bejegenen. Wel ben ik verontwaardigd wanneer iemand te laat komt op een afspraak. Waar ligt de grens?

Het hele voorval inspireert me vandaag om naar mijn eigen blinde vlekken op zoek te gaan. Welk drama herhaalt zich in mijn leven en wat is mijn aandeel daarin? Wat doe ikzelf om dat drama te creëren? Ik heb behoefte aan meedoen, erbij horen. Tegelijkertijd geef ik niet om status, weet ik niets van mode en permitteer ik het mij om te doen waar ik zin in heb. Als mensen daar aanstoot aan nemen ben ik geneigd om te denken dat zij minder ruimdenkend zijn dan ik. Deze gedachte, of dit oordeel, is ongetwijfeld waarneembaar in mijn houding, gedrag, of woordkeus voor de ander, die daar vanzelfsprekend op reageert. Dan ga ik, gekwetst en wel, zitten wachten tot die ander spontaan verandert en anders geef ik hem de schuld van min misnoegen. Dat werkt dus altijd nooit. Ook de andere optie, de schuld aan mezelf geven en mijzelf daarvoor op mijn kop geven leidt tot verdere verwijdering. En niet, wat mijn behoefte was, tot verbinding met die ander.

Liefdevolle belangstelling voor mezelf en voor de ander brengt me verder. Nu snap ik alles veel beter, blijf ik in contact en leer ik eindelijk wat ik al die tijd over het hoofd zag. Liefdevolle belangstelling is het antwoord, maar veel gevraagd wanneer de pijn te groot is, zoals over Parijs. Toch is het belangrijk om de les te leren, anders blijft die zich herhalen.

 

Mannetjes

Ondanks mijn inspanningen op het gebied van yoga en meditatie is het begrip “je thuis voelen” mij nog altijd onbekend. Zo’n thuisgevoel zit van binnen, dat weet ik natuurlijk wel. Maar aangezien ik het bij mij van binnen nog steeds niet vind zoek ik het in de buitenwereld. Op de een of andere manier verhuis ik al jaren zo rond de kerstdagen. Ik raad U dat af. Het komt goed natuurlijk, maar moeizaam. God en iedereen is met vakantie. Het wordt ieder moment donker, net als je een halve muur geschilderd hebt en o ja, er is nog geen lamp, morgen verder.

‘s Anderendaags blijkt het nieuwe huisje bij daglicht behept met gebreken. Uiteenlopende gebreken. Een bedrijf gaat daar in z’n algemeenheid over en verdeelt de klussen onder zijn onderaannemers, gespecialiseerde mannetjes. “Losse elektriciteitsdraadjes in de douche? Nee, dat doe ik niet, ik ben de loodgieter.” Het is mij ten ene male onduidelijk wat ik van welk mannetje kan verwachten. Ik geef ze daarom koffie en ik zit het uit. Er is er een bij die bij het herstellen van de anti-inbraakstrip mijn voordeur dusdanig ontwricht dat die niet meer open of dicht kan. Hij praat onophoudelijk tegen mij tijdens de uitvoering van zijn dubieuze vakmanschap : “Ja, eigenlijk doet een collega van me dit soort dingen altijd, maar die zit nou thuis. Hij had overuren he? Die moet je wel opmaken want je kunt ze niet meenemen. Dat is zonde toch? Nou voor mij is t ook nog maar één dagje..

Voor ik het weet is hij vertrokken, mij achterlatend met een in onbruik geraakte voordeur. De loodgieter is er nog, maar die kan de deur niet maken. Hij werpt wel een blik op het luchtverversingssysteem, het raam in de slaapkamer dat niet dicht kan en het kapotte glas. “Dat is voor de schilder!” verklaart hij.””En de toiletpot?” vraag ik. Zoiets lijkt me wel iets voor de loodgieter.”Die staat doorgestreept” zegt de loodgieter. Hij toont me zijn opdrachtbon en het is zo. De toiletpot in mijn nieuwe huis die volledig verkleurd is door een nare bruine aanslag moest worden schoongemaakt volgens de woningbouwvereniging, maar op deze opdrachtbon staat de klus doorgestreept. Het mannetje voelt zich derhalve niet meer verantwoordelijk en vertrekt, mij ontredderd achterlatend.

Terug naar de woningbouwvereniging maar weer, alwaar ze me doorverbinden met de spin in het web, de Opperaannemer. “Nee mevrouwtje, wat denkt u nu? We hebben alleen nog storingsdienst en ook daar houden we zo mee op. We gaan lekker naar huis, naar moeder de vrouw, kalkoen eten. Home is where the heart is.