Ontheiliging

Ach, die zwarte-pietendiscussie, dat is zooo 2013! Laten we het eens over de goede sint hebben. Acrobaten zijn drie weken per jaar verzekerd van werk, dus ik heb in de 25 jaar dat ik aan acrobatiek doe al meer dan 100 sinten van dichtbij meegemaakt. Uit ervaring weet ik dat de kwaliteit zeer wisselend is. Ik vind een goede sint nogal belangrijk, dus ik screen ze onwillekeurig het hele jaar door. De stem is belangrijk, het postuur, de schoenen, maar het voornaamste kenmerk van de sint is toch zijn vriendelijke waardigheid.

Kom daar nog s om, vandaag de dag! Veel van mijn  sinten waren voorzitter van de plaatselijke winkeliersvereniging. De middenstandsmentaliteit die daarmee gepaard schijnt te gaan is ook na het omhijsen van de tabberd niet geheel verdwenen. Tot mijn afgrijzen zag ik eens zo’n onwaardige nepperd een frikandel speciaal in zijn baard stoppen, nou vraag ik je! En dan straks met kindjes op schoot naar uien en mayonaise stinken, nee, zo gaat dat niet. Sinterklaas eet niet. Of, als het echt moet, een boterham met een plakje kaas erop, met mes en vork. Grofgebekte sinterklazen met een achterbuurtaccent zijn ook uit den boze. Door het jaar heen mag ik zulks graag horen, maar niet uit de mond van sinterklaas, alsjeblieft zeg.

De sint hoort erudiet en welbespraakt te zijn, hij is een goedheiligman immers. Een goede sint beschikt over een genuanceerde, oordeelloze woordenschat. “Krijg de pleuris, rot op met die kutkar”,  zoals Sint Nicolaas in Amsterdam vorig jaar brulde, hoort niet in het vocabulaire van een zichzelf respecterende goedheiligman. Zo denk ik erover, En als U het niet met mij eens bent, ga ik gaarne de discussie met U aan.

Maar zoals alles waar we niet op tijd een halt toe roepen neemt de sintontwaarding hand over hand toe. In de Julianastraat alhier stonden vanmorgen twee jeugdige sinterklazen met gekruiste staffen, gelijk degens, elkaar vriendschappelijk naar het leven. : Kléng, kláng” sloegen de degens tegen elkaar, iets waar jongetjes lol aan beleven. De mijter van de één zat scheef over zijn oor, de mantel van de ander had een scheur opgelopen in  het gevecht. Op de vraag van de buurman of ze geen baarden nodig hadden antwoordden zij eensgezind :”Nee, want wij zijn pas tien!” Mijn zwartepietenhart verbleekte ervan.

Share and Enjoy:
  • StumbleUpon
  • Facebook
  • Twitter
  • Google Bookmarks
  • RSS

Leave a Reply