Pleintje

Ineens ben ik terug in de stad waar ik iets met Meindert begon. Wat dat iets inhield is ongedefinieerd gebleven. Maar feit is dat ik mij op een wolk van onverwacht geluk liet meetrekken door de mij onbekende straten. Er was iets feestelijks gaande, zodat iedereen op straat was en naar mij lachte. Ik wilde wel terug lachen, misschien een zorgeloos praatje maken, maar Meindert trok mij doelgericht voort. Met een vaartje, zodat ik steeds struikelde op mijn iets te hoge hakken over de pittoresk hobbelige straatsteentjes die deze stad een lichte Anton Pieckzweem geven.

Wat wist ik toen nog weinig van Meindert! Niet dat hij graag spulen spaart en in stenen handelt. Niet dat hij graag korting pakt en handel drijft. Daar uitermate gewiekst in is. Met nimmer aflatende vlijt ouwe rommel vindt, repareert, doorverkoopt. En dat dat vaartje zijn gewone tred is. Voortgedreven door een eindeloze reeks doelen die immer in het verschiet liggen en nooit in het hier en nu plaatsvinden.

Ik heb hier nu niets te zoeken. Of eigenlijk wel : zoiets als het doel van mijn leven en wie ik nu eigenlijk echt ben. Maar daarvoor hoef ik niet hier te zijn. Toch ben ik hier, aangewaaid. De zon schijnt weer, al is het al november. Doelloos dwaal ik en vind een pleintje terug van toen. Het pleintje is ervoor gemaakt. Stelletjes kletsen en lachen met elkaar. Sommigen zoenen in het gras. Zo hoort het eigenlijk, Meindert!

Share and Enjoy:
  • StumbleUpon
  • Facebook
  • Twitter
  • Google Bookmarks
  • RSS

Leave a Reply