Crematie

“Hee, kende jij Christel ook?” De kleine huiskamer van wijlen mevrouw Groeneweg zit tamelijk vol met mensen. Ze zitten in een kringetje, als op een ongezellig verjaarsfeest. Een flink aantal lange jongens van wie de ledematen te slungelig zijn voor de kleine stoeltjes, aan de ene kant van de kamer. De rest van het gezelschap bestaat voornamelijk uit dorpsgenoten die elkaar hier niet hadden verwacht. Christel was goed geweest in mensen het gevoel geven dat zij de enige waren op wie ze een beroep kon doen. Een heel legertje goedwillenden die voor haar gekookt, gepoetst en geboodschapt hadden.

Een select groepje is ingeschakeld geweest bij haar alternatieve kankerbestrijdingsplan, iets met hasjolie en 24-uurszorg. Dat plan werkte niet naar verwachting zodat de kanker, net als bij veel mensen onder wetenschappelijk medische behandeling, uiteindelijk haar hele lichaam heeft opgegeten.

De mannen van de uitvaartverzorging trekken bekijks. Ze zien er dan ook uit alsof ze geknipt zijn voor deze ernstige functie. Van geen van hen kan ik me voorstellen dat ze ook wel eens iets anders doen. Met z’n drie├źn dragen ze, nauwelijks plechtig, de kist in de zwarte auto. De draperie├źn voor rond de kist mogen in mijn slordige achterbak. In dit geval bestaande uit een boel instrumenten en een serie zelfgeplukte veldboeketten. Gelukkig ook een echt wit lint met ‘Rust Zacht’ erop

Er zijn wel vaker mensen uit mijn omgeving doodgegaan. Op de bijbehorende plechtigheid ontstond dan meestal een soort apenrotsgedoe : wie had de overledene het meest nagestaan? Die zit of staat vooraan en wordt door de anderen met enige eerbied omgeven. Zo niet bij de crematie van Christel. Ogenschijnlijk is iedereen even na of ver weg en de gesprekken gaan vooral over hoe onheus en onaardig de aanwezigen bejegend zijn door Christel, bij leven. En toch! Iedereen is er. De zoon wordt aan alle kanten bijgestaan door lieden die praktischer zijn dan hij. Een zwanger hippiemeisje en haar vriend spelen mantra’s op harmonium en gitaar, het laatste lied mogen we meezingen. Het up-tempo van deze mantra is wat ongepast, temeer omdat de meesten het niet kunnen bijhouden met zingen. Maar afijn, we zingen, en halleluja doet het altijd goed.

Jonah, die bij ons een boerderij beheert, zegt dat ze blij is dat ze in januari al afscheid heeft genomen, en dat ze niet verdrietig is. Zij is niet voor niets boerin en had weinig op met het gedachtegoed van Christel. “Christel geloofde niet dat de dood het einde is”spreekt de spreker. “Dus terwijl het voor ons een afscheid is, is er ergens anders een nieuw begin” Jonah vindt dat onzin. Peter meent dat dit nu eenmaal de worst is die ons bij de dood wordt voorgehouden. Helemaal niet plechtig. Wel lief, eerlijk, muzikaal en ook broederlijk.

Share and Enjoy:
  • StumbleUpon
  • Facebook
  • Twitter
  • Google Bookmarks
  • RSS

Leave a Reply